Constant van de Wall (1871 – 1945) werd geboren in Soerabaja en bracht zijn jeugd in Semarang door. Hij brak zijn officiersopleiding af om zich op de muziek te richten.

Hij studeerde o.a. in Den Haag piano, muziektheorie en compositie, alwaar hij een zekere bekendheid verwierf met zijn Indische composities. Hij keerde in 1907 terug naar Indië.

Van de Wall ontwikkelde een eigen stijl van componeren met een onmiskenbaar Indische of exotische signatuur. Kenmerkend voor zijn muziek is de exotische sfeer, het gebruik van kwart- en kwintgangen, melodieën in octaven, imitaties van gamelan-instrumenten, in het lied ‘Apaka goena berkain batik’ horen we op enig moment de muziek van de gong, naast het gebruik van gedichten in de Maleise taal. In de encyclopedie van Nederlands-Indië staat hij genoemd als een van de eerste componisten die de Maleise pantun (volksmelodie) tot kunstlied verhief.